Rede van prof. Matthias E. Storme bij zijn aantreden als algemeen voorzitter
van het VVA.
Geachte oud-algemeen-voorzitters, gouwvoorzitters, afdelingsvoorzitters,
bestuursleden, leden en vrienden van het Verbond der Vlaamse Academici !
Allereerst wil U allen hartelijk danken voor de grote eer als uw voorzitter
te mogen aantreden. Ik hoop uw vertrouwen waardig te blijven. Ik dank prof.
Ponette voor zijn lieve woorden, maar moet U toch ook waarschuwen. Hij deelde
U mee dat ik verzoenend wil werken in de Vlaamse beweging. Dit is ook zo.
Maar dit betekent niet dat ik, zij het misschien op andere vlakken, de kontroverse
zou schuwen. Ik zou ze integendeel willen aanwakkeren om reflektie rond
het tema van onze algemene ledendag 1997 op te wekken. Dit tema luidt :
de rol van de intellektueel in onze hedendaagse maatschappij.
We beleven immers schokkende tijden.
Ik denk natuurlijk aan de gruwelijke gevolgen van de zedelijke verloedering,
die de voorbije maanden aan het licht zijn gekomen, maar waarvan men de
wortels nog niet durft aanpakken - de ideologie dat alles mag en alles moet
kunnen, en waarin vooral alles wat tegen onze morele tradities ingaat wordt
opgehemeld. Ik denk ook aan de voortschrijdende kommercializering van steeds
meer aspekten van het dagelijks leven, aan de daarmee samenhangende banaliteit
van de amusementsindustrie - "we are amusing ourselves to death",
omdat we ons doodvervelen. Verklaarde de kultuurfilosoof George Steiner
het snakken van Europa naar de zelfvernietiging van de eerste wereldoorlog
niet als een gevolg van de verveling - "plutôt la barbarie
que l'ennui"? (1) Verveling is niet in strijd met banaal amuzement,
beiden zijn het tegendeel van zinvolle, waardevolle bezigheid. Maar wat
kan er nog zinvol zijn in een wereldbeeld dat ons verplicht tot indifferentie,
tot het gelijkwaardig achten van alle opvattingen ? Waarin onze geesten
worden gekolonizeerd door de political correctness, die uiteindelijk ieder
van ons onze identiteit moet ontnemen om ons te homogenizeren, om ons als
gelijkgeschakelden klaar te stomen voor de ultieme kommercializering van
de mens.
Ons maatschappelijk weefsel geraakt steeds meer ontbonden (2). Dit is het
gevolg van het vervallen van eeuwenoude zekerheden, rond leven en dood,
werk en zingeving. Dit is ook mede het gevolg van de weldaden van de welvaartsstaat,
door de steeds verdergaande kollektivizering, sentralizering van de solidariteit,
waardoor deze zogenaamde solidariteit minder en minder berust op de reciprociteit
van de kleinere gemeenschap, de samenhorigheid binnen de eigen groep. De
afbouw van de reciprociteit, van de wederkerigheid van rechten en plichten
jegens elkaar, maakt de maatschappij tot één reuze zelfbedieningsmarkt,
en ons fin de siècle tot een "eis"tijdperk. Het leidt tot
kollektief narcisme (3), waarbij men voortdurend à la carte leeft
en weigert zich te vereenzelvigen met een groep met een samen-hangende waardenschaal.
Dit is sekularizatie in de meest ruime betekenis van het woord. Sterke kollektivizering
en ontworteld individualisme vormen daarbij geen tegenstelling, maar bevestigen
elkaar.
Maar ik denk ook aan de teloorgang van onze demokratie, en dit niet door
het geroep en geschreeuw van enkele fanatici die we liever kwijt dan rijk
zijn, en die de aandacht afleiden van veel grotere gevaren voor onze demokratie
: het halsstarrig vasthouden van de gevestigde machten aan een onbestuurbaar
geworden belgische staat, vasthouden dat maakt dat op federaal nivo op dit
ogenblik enkel nog kan worden geregeerd op de wijze van Singapore. Tegelijk
wordt onze Vlaamse welvaart verder uitgehold.
Waar staan de vlaamse academici in dit alles en wat is hun taak ?
Teveel vlaamse academici - zij die het hoge woord voeren in een wereld waar
het maatschappelijk debat bijna is verstomd - doen mee aan aan het vervlakken,
het macdonaldizeren, het versoapen, het atomizeren van de samenleving. De
enen moeten hun persoonlijke frustraties botvieren door te schoppen op alle
traditionele waarden, met de arrogantie van een omhooggevallen bekende vlaming,
die alleen maar profiteert van de inspanningen van vorige generaties, maar
van hun idealen zo spoedig mogelijk af wil. Anderen laten maar al te vaak
begaan, zijn moedeloos geworden of zelfs indifferent. Ze zwijgen, abdikeren,
buigen voor de terreur van de political correctness, en verstoppen
zich in de kleurloosheid. En ze laten de banaliteit of vulgariteit het hoge
woord voeren. In deze kulturele vervlakking gaat het overigens niet om een
tegenstelling tussen elitekultuur en volkskultuur, maar om het onderscheid
tussen waardevol en waardeloos. of vulgair. Kwaliteitskultuur bestaat uit
een wisselwerking tussen elitekultuur en volkskultuur, niet uit een verwerping
van beide.
Ware het niet dat het woord "verraad" meer kwaad sticht dan goed
doet, ik zou verwijzen naar La trahison des clercs.
En toch geloof ik in de kracht van vlaamse academici.
Op de eerste plaats zijn er nog velen die in beroep en gezin gewoon hun
taak naar behoren vervullen. De eerste specifieke opdracht van een academicus
bestaat erin zijn werk goed te doen, met deskundigheid en toewijding. Velen
doen dat, en op vele vlakken is het professionalisme in Vlaanderen toegenomen.
Velen ook beschouwen hun beroep nog als een roeping, en niet slechts als
een inkomens- of machtsmachine.
Het volstaat echter niet zijn werk goed te doen. De gruweldaden van het
nationaal-socialisme en kommunisme zijn mede gedragen door mensen "die
hun werk goed deden". Een academicus moet gekenmerkt zijn door zijn
zin voor maatschappelijke verantwoordelijkheid en door zijn onafhankelijkheid
van geest. Als politiek, media, marketing of andere krachten in onze maatschappij
doorhollen moeten academici de onafhankelijkheid hebben om neen te kunnen
zeggen. Zoals wij ook neen moeten kunnen zeggen wanneer ons beroepshalve
wordt gevraagd mee te werken aan iets wat deontologisch niet kan. Onze idealen
zijn niet te koop. Een academicus moet steeds de macht wantrouwen, des te
meer naarmate die groter is.
Ons devies moet dat van Wies Moens zijn :
"Slechts op dit ene wil ik gaarne roemen, geen enkele macht te hebben
toebehoord die 't mensenhart houdt voor een koopbaar ding".
Onafhankelijkheid van geest is ook niet hetzelfde als onverantwoordelijkheid.
Wij hebben niet alleen de academicus nodig die aan de zijlijn gaat staan
- die hebben we ook nodig, voor zover hij zich verdiept in wetenschap of
zich bezint -, maar op de eerste plaats de academicus die zijn verantwoordelijkheid
neemt in zijn beroep én in de maatschappij.
Een wezenlijk aspekt van die maatschappelijke verantwoordelijkheid is het
verenigingsleven. Daar liggen de wortels van de demokratie. In een bijzonder
boeiend boek, Making democracy work, heeft Robert Putnam aan de hand
van het italiaanse voorbeeld, meer bepaald het onderscheid tussen het Noord-
en Zuid-Italiaanse verenigingsleven, aangetoond dat de vrije verenigingen
de leerschool zijn van de demokratie. Korruptie tiert waar er geen gemeenschapszin
is, en die groeit in horizontale verhoudingen, niet in machtsverhoudingen.
Het boek kan men als een hedendaagse variante van de Tocqueville's La démocratie
en Amérique beschouwen. Een gezonde demokratie is maar mogelijk met
een gezond verenigingsleven, waar een netwerk van vrije verenigingen het
maatschappelijk leven beheersen. Wat wij vandaag meemaken, is ten dele het
gevolg van het feit dat teveel politici nooit of nauwelijks in de demokratie
zijn geschoold.
Als Verbond der Vlaamse academici moeten wij de jonge academici doen groeien
in demokratie en verantwoordelijkheid. Een van onze doelstellingen is de
vorming van onze leden. Het gaat hier niet om de permanente vorming op ieders
eigen vakgebied. Daarvoor zijn er andere, eveneens belangrijke verenigingen.
De vorming die wij willen bieden is veeleer een studium generale, een algemene
en maatschappelijke vorming. Ook willen wij het maatschappelijk debat verlevendigen.
Ik droom ervan dat de afdelingen van ons Verbond elk jaar samen een aantal
aktiviteiten zouden opzetten rond één bepaald tema van maatschappelijk
debat. Daarmee bedoel ik niet : méér nationale aktiviteiten
- maar veeleer een reeks lezingen in de verschillende gouwen, bijvoorbeeld
in het verlengde van het tema van de algemene ledendag. Het VVA leeft bij
gratie van zijn afdelingen, en elke afdeling moet een grote autonomie hebben,
doch ik meen niet dat mijn voorstel daarmee in strijd komt.
Daarmee kom ik bij het tema van de algemene ledendag, dat ik U reeds noemde.
Dit tema heeft etische aspekten, politieke, kulturele. Ik zou daarin graag
de nood aan onafhankelijkheid van geest en kritische zin willen benadrukken.
Kritische zin is iets anders dan nestvervuiling. Wij hebben reeds voldoende
intellektuele nestvervuilers, die schoppen op alles waaraan zij hun kansen
in dit land te danken hebben.
Als VVA hebben wij integendeel een traditie hoog te houden.
Het is een rijke traditie. De rechtstreekse oorsprong van ons verbond ligt
in 1886, bij de oprichting van de Oud-hoogstudentenbond van West-Vlaanderen,
gevolgd door de andere gouwen. Wij vieren vandaag dan ook in West-Vlaanderen
onze 110e verjaardag.
De oud-studentenbonden zijn ontstaan uit de studentenbeweging van de negentiende
eeuw. Alle politici die de Vlaamse ontvoogding hebben afgedwongen, komen
uit de flamingantische studenten-beweging (4). Onze studentenbeweging is
geïnspireerd geweest door de duitse studentenbeweging en heeft grotendeels
dezelfde kenmerken. Ons Verbond houdt de kenmerken van deze tegelijk romantische
en emancipatorische traditie levend : nadruk op samenhorigheid en gemeenschapsvorming
- O vrij studentenheerlijkheid - op intellektuele vorming en op natievorming.
Deze traditie is een demokratische traditie : de vrije studentenheerlijkheid
is een republiek onder gelijken, een gemeenschap met openbaarheid van bestuur,
wat vanzelfsprekend niet de ontkenning van de noodzaak van maatschappelijke
hiërarchie inhoudt.
De traditie van de studenten- en oudstudentenbeweging, die onze traditie
is, die wij hoog moeten houden, is er een van de vorming van een volksverbonden
elite, van verantwoordelijkheid voor het volk op kultureel gebied - kultureel
in de zin dat dit de gemeenschapsvorming, de intellektuele vorming en de
natievorming omvat.
Het proces der vlaamse natievorming is niet af. Wij zijn op dat vlak laatkomers
in de geschiedenis - later dan de Letten en de Esten, de Tsjechen en de
Kroaten. Tweemaal werd de Vlaamse natievorming reeds verhinderd door een
oorlog en de nasleep ervan, tweemaal ook werd de vitaliteit van ons Verbond
gebroken, zoals van de hele Vlaamse Beweging.
De Vlaamse natievorming is niet gebouwd op afstamming, maar op de taal;
voor wie onze taal eerbiedigt en wil spreken, zijn wij steeds tolerant geweest.
"De tael is gansch het volk".
Natievorming staat niet gelijk met zich opsluiten in eigen dorp en gelijk.
De Vlaamse beweging is maar ontstaan en tot bloei gekomen danzij kulturele
uitwisseling met het buitenland : Nederland, Duitsland, Skandinavië,
Noord- en Zuid-Frankrijk, Zuid-Afrika, Ierland, Hongarije, Schotland. Ook
vroegere bloeiperioden in onze kultuur ontstonden mee door dergelijke wisselwerking
met Noord-Italië, Boergondië, Rijnland, Spanje, Engeland, Portugal.
Elkanders kulturele rijkdom leren waarderen, doorheen de verscheidenheid
aan vormen ook de universle menselijke waarden zien, is niet in strijd met
zin voor eigen traditie en identiteit. Die traditie moet noch worden verworpen,
noch gefixeerd, maar verder ontwikkeld(5). Op evenwichtige wijze willen
we bouwen, met de leuze van Van Overstraeten , aan een mooier, beter en
vlaamser Vlaanderen.
Mag ik besluiten met de Ploeger van het woord in het gedicht van Adriaan
Roland Holst :
"Ik zal de halmen niet meer zien,noch binden ooit de volle schoven,
maar doe mij in den oogst geloven,
waarvoor ik dien ...
Opdat, nog in de laatste voor,
ik weten mag dat mij uw doel verkoor
te zijn een ernstig ploeger op de landen
van een te worden schoonheid (...)".
M.E. STORME
1. Aangehaald door R. BAUER, "De les van de jongste Ijzerbedevaart",
De Standaard 5-9-1996.
2. Vgl. L. HUYSE, "Angst als maatschappelijk verschijnsel", in
Bakens in de storm, Lannoo 1995.
3. Zie A. BURMS & H. DE DIJN, De rationaliteit en haar
grenzen, 17 v. Vgl. ook L. HUYSE, De politiek voorbij.
4. W. VERRELST, Trots en schaamte van de Vlaming, p.
15.
5. Vgl. R. BAUER, de Standaard 5-9-1996.
Vrijstelling : hier gegeven inlichtingen zijn geen officiële UA standpunten en kunnen geen aanleiding geven tot eniger vordering jegens de auteur
Disclaimer: Information provided here does not reflect official UA viewpoints nor gives rise to any claim against the author