NIEUWE REGELS INZAKE VERJARING 1998

Matthias E. Storme, hoogleraar KU Leuven, advokaat Brussel.

 

Oude wet.

- Algemene termijn : 30 jaar
- Verouderde regels inzake schorsing en stuiting
- Talloze bijzondere termijnen,
- Ongrondwettig verklaard :
* 5 jaar bij aansprakelijkheid gegrond op misdrijf (bv. slagen en verwondingen) (oud art. 26 Voorb.T.Sv.)
* 5 jaar aansprakelijkheidsvorderingen op de overheid

Nieuwe termijnen

1. Zakelijke aanspraken : blijft 30 jaar
2. Schuldvorderingen : in beginsel 10 jaar, behalve (naast behouden regels zoals alle periodieke schulden):
3. Aanspraken op schadevergoeding wegens buitenkontraktuele aansprakelijkheid : 20 jaar, doch 5 jaar vanaf kennis van de schade (of verzwaring ervan) én van de identiteit
4. Zolang strafvordering niet is verjaard, verjaart ook de burgerlijke aansprakelijkheidsvordering gegrond op hetzelfde feit niet. Maar de verjaring van de strafvordering brengt géén verjaring van de burgerlijke vordering meer met zich mee.

Toepassingen en problemen :

1. Andere vorderingen: geen regeling meer. Bv. aanspraken gegrond op intellektuele rechten

2. Twijfel over kwalifikatie zakelijk / persoonlijk, bv. bij
- erfaanspraken. oplossing : wellicht zakelijk. Inbegrepen bv. vordering tot inkorting en tot inbreng !
- vorderingen tot schadevergoeding wegens schending zakelijk recht. oplossing : niet zakelijk
- vordering tot stopzetting inbreuk op zakelijk recht . oplossing : 30 jaar
- zakelijke zekerheden. oplossing : aksessoor, dus kumulatie : vervalt met de schuldvordering, maar verjaart volgens zakelijk rechten zelfs als schuldvordering niet verjaard is (na verjaring strafvordering is strafgerecht wel niet meer bevoegd)
- veroordeling gegrond op zakelijk recht (actio iudicati). Oplossing : zakelijk. (verjaring is niet procesrechtelijk; de aanspraak die men uit het vonnis verkrijgt behoudt zijn zakelijk karakter)

3. Twijfel over kwalifikatie aanspraak op schadevergoeding uit onrechtmatige daad of niet. Dubbele reden: 1° onderscheid kontraktueel - buitenkontraktueel; 2° onderscheid schadervergoeding - rechtstreekse rechtsbescherming
- vorderingen voortvloeiend uit ontbinding overeenkomst : 10 jaar
- vordering tot nietigverklaring overeenkomst : altijd 10 jaar (Betwisting gaat over een kontraktueel recht, ook al is nietigheid gevolg van een prekontraktuele fout). Terugvordering gepresteerde : 10 jaar. Bijkomende schadevergoeding echter : 5/20.
- uit éénzijdige rechtshandelingen : in beginsel zoals overeenkomsten (10 jaar)
- vertrouwensleer (schijnmandaat) : 10 jaar
- misbruik van recht (pas op : meestal bij wijze van exceptie) : aspekt stopzetting 10 jaar. Schadevergoeding wegens de gezien de inperking van het recht onrechtmatige gedraging : 5/20.
- actio Pauliana : 10 jaar. Geen schadevergoeding, maar rechtstreekse bescherming.
- actio negatoria (vordering tot staken sensu lato) : bij schuldvorderingen 10 jaar (tenzij zakelijk, dan 30 jaar)
- actio iudicati van een vonnis dat veroordeelt tot schadevergoeding : 5 of 20 jaar ? Normaal zou het 5 moeten zijn, maar uit 2262bis § 2 zou men kunnen afleiden dat het 20 is. Bovendien kan ook 10 jaar geargumenteerd worden (idee dat na stuiting de bijzondere termijn vervangen wordt door de gewone).
- voorbehoud voor vergoeding van kontraktuele schade : 20 jaar of 10 jaar ? 20 jaar.

Vertrekpunt termijnen 5 en 20 jaar :

1. 20 jaar : reeds door het schadeveroorzakende feit, ongeacht of reeds schade is ontstaan;
- het niet meedelen van een fout kan op zichzelf een fout zijn, die bijkomende schade veroorzaakt. Dan begint dus ook de 20-jarige termijn terug te lopen voor die bijkomende schade.
- quid voortdurend misdrijf ? zolang stopzetting kan worden gevorderd, begint voor elke verzwaring telkens opnieuw de termijn te lopen.

2. 5 jaar :
- kennis vereist van zowel de schade als de identiteit van de aansprakelijke. Ondanks verwerping amendement-Bourgeois kan behoren te kennen soms met kennen worden gelijkgesteld. Bewijslast ligt op de schuldenaar die verjaring inroept.
- bij verzwaring van de schade : telkens de schade verzwaart loopt er een nieuwe termijn van 5 jaar, doch enkel voor de bijgekomen schade. Pas op : kan doorkruist worden door een beslissing met gezag van gewijsde. Het gezag van gewijsde strekt zich uit over alle aanspraken die virtueel in de eis zijn begrepen.

Herinnering aan enkele algemene regels

1. Regels inzake stuiting en schorsing ongewijzigd (behalve dan w.b. vertrekpunt 5 jaar).
- Maar effekt van stuiting wisselt nu naargelang aard van de aanspraak ! 30 jaar, 10 jaar of 5 jaar. Maar erkenning van een voorbehoud stuit voor 20 jaar ...
- Fraus omnia corrumpit : Schort bedrog de termijn van 10 en 20 jaar op ?

2. Quae temporalia sunt ad agendum, perpetua ad excipiendum

Overgangsrecht

1. Er is geen verlenging van termijnen, tenzij dan in teorie wat betreft strafbare feiten. Doch in feite mag de oude wettelijke termijn hoe dan ook niet worden toegepast (ongrondwettigheid).
2. Verkorting van termijnen wordt drastisch afgezwakt voor reeds ontstane vorderingen. De ingekorte termijn loopt maar vanaf 27 juli 1998. D.w.z. dat de problemen zullen beginnen op 28 juli 2003. Dan barst de diskussie los over bv. de vraag of er voor 27 juli 1998 al kennis was van de schade en identiteit; of de vordering buitenkontraktueel is of niet, enz.

Grondwettigheid ?

Talloze bijzondere termijnen blijven bestaan ­ maar hoelang nog ?
Betwistbaar onderscheid kontraktueel - buitenkontraktueel.
Enz....

 

Voor een algemene studie, zij mijn bijdrage "Perspektieven voor de bevrijdende verjaring in het vermogensrecht - met ontwerpbepalingen voor een hervorming", TPR 1994, 1977-2046