Petitie voor een Vlaamse grondwet

van ca. 24.000 Vlamingen, ingediend bij het Vlaams Parlement

 

 

 

Verzoekschrift aan het Vlaams Parlement
m.b.t. het ontwerpen van een Vlaamse grondwet

Ondergetekenden verzoeken het Vlaams Parlement

Huidig verzoekschrift, gezien het aantal verzoekers, in voltallige zitting te behandelen en :

1. Zich bevoegd te verklaren om een Vlaamse grondwet op te stellen;

2. Een parlementaire commissie op te richten met als opdracht om binnen een periode van één jaar vanaf het indienen van dit verzoekschrift een ontwerp van Vlaamse Grondwet op te stellen en voor te leggen aan het Vlaams Parlement;

3. Te bepalen dat deze commissie bij het ontwerpen van deze Grondwet, vooruitlopend op de verdere staats(her)vorming, dient uit te gaan van enerzijds het recht van het Vlaamse volk om te beschikken welke bevoegdheden het zelf wil uitoefenen en welke het gebeurlijk op confederale wijze, samen met andere landen of (deel)staten of in gezamenlijke instellingen, wil uitoefenen;

4. Te bepalen dat deze commissie ervoor dient te zorgen dat het ontwerp van Vlaamse Grondwet de fundamentele rechten en vrijheden, de democratische werking van de instellingen, en de beginselen van een sociale en rechtsstaat op aangepaste wijze verzekert, opdat Vlaanderen zijn rechtmatige plaats in de Europese en internationale gemeenschap zou kunnen innemen;

5. Het ontwerp van Vlaamse Grondwet in voltallige zitting te behandelen en deze Grondwet te stemmen voor 1 januari 2001;

6. Deze Grondwet ten laatste op 11 juli 2002 in werking te laten treden.

 

Toelichting.

Algemene Toelichting

Een van de eerste bekommernissen van de Belgische separatisten van 1830 was het opstellen van een Grondwet. Op die manier wilden zij duidelijk de vorm van de nieuwe staat bepalen. Ze volgden daarmee de illustere voorbeelden van de Amerikaanse en Franse Revoluties - die op hun beurt geïnspireerd waren door illustere charters, Placcaeten en verklaringen uit de geschiedenis der Nederlanden zelf. reeds toen werd de grondwet beschouwd als een basistekst die de verhoudingen tussen staat en burgers bepaalt en de instellingen van de staat grondvest. Een grondwet vormt inderdaad de grondslag voor een democratische rechtsstaat. Hij bepaalt de rechten en plichten van de burgers, beschermt hun vrijheden en vormt de juridische grondslag voor de overheidsinstellingen.

Iedere staat, deelstaat of staat in wording dient dan ook over een grondwet te beschikken. Op dit ogenblik worden de Vlaamse instellingen evenwel nog gegrond op de Belgische Grond-wet. Als volkenrechtelijk rechtssubject (wat Vlaanderen gezien zijn internationale Verdragsbevoegdheid nu reeds is) dient Vlaanderen zelf in een grondwet de grondvoorwaar-den voor de democratische werking van haar instellingen te bepalen. Niet de Belgische Grondwet, maar een Vlaamse Grondwet dient de Vlaamse instellingen te definiëren. Slechts in een Vlaamse Grondwet, opgesteld door een democratisch verkozen Vlaams Parle-ment, kunnen de Vlaamse instellingen hun echte legitimatie vinden. Deze grondwet dient als een overeenkomst tussen de Vlaamse overheid en de burgers de werking, de vorm, de samenstelling en de bevoegdheden van de Vlaamse instellingen en de rechten en plich-ten van de burgers te bepalen en te beschermen. Enkel op deze wijze kan de Vlaamse gemeenschap tot volle ontplooiing komen.

Wanneer Vlaanderen zijn rechtmatige plaats tussen de volkeren van Europa en de wereld wil innemen, mag het de verantwoordelijkheid niet ontlopen om zelf een grondwet op te stellen en daarin de werking van een democratische en sociale rechtsstaat te verzekeren, en de fundamentele vrijheden, rechten en plichten van de burgers vast te leggen. Een debat over een dergelijke grondwet kan enkel in het Vlaams Parlement op beslissende wijze worden gevoerd en is daarom een maatschappelijke plicht van de Vlaamse volksvertegenwoordigers. Het Vlaams Parlement dient dan ook nu reeds, vooruitlopend op de verdere staats(her)vorming, de werkzaamheden voor een Vlaamse Grondwet aan te vatten.

Toelichting bij onderdelen 1 en 2.

Ongeacht hoe men moge denken over de grenzen waarbinnen het Vlaams Parlement bevoegd is, het enkel ontwerpen van een grondwet kan nooit haar bevoegdheid te buiten gaan.

 

Toelichting bij onderdeel 3.

Krachtens het volkenrecht heeft elk volk recht op zelfbeschikking (Art. 1 lid 1 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, New York 19 december 1996 en geratificeerd door België bij Wet van 15 mei 1981; art. 1 lid 1 van het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, New York 19 december 1996 en geratificeerd door België bij Wet van 15 mei 1981 en door Vlaanderen bij Decreet van 25 januari 1983). Het recht zichzelf via een democratisch verkozen orgaan een Grondwet te geven is daarvan een wezenlijk onderdeel.

Wanneer het Vlaams Parlement een Grondwet bepaalt, is de democratische legitimiteit daarvan bovendien een stuk groter dan die van de Belgische Grondwet, die is opgesteld door een zelfbenoemd Voorlopig Bewind en goedgekeurd door een Nationaal Congres dat slechts door 0,075 % van de bevolking was verkozen. Het weliswaar democratisch zen Belgische Parlement heeft sindsdien nog nooit de mogelijkheid gehad deze Grondwet in zijn geheel te herzien. Deze grondwet kan aan de Vlaamse bevolking dan ook niet het recht ontzeggen om zichzelf via een democratisch verkozen volksvertegen-woordiging een grondwet te geven en zelf de bevoegdheden van de Vlaamse instellingen te bepalen.

Verklaren dat Vlaanderen het recht heeft alle bevoegdheden zelf uit te oefenen, betekent natuurlijk niet dat het ook alle bevoegdheden daadwerkelijk zelf moet uitoefenen. Het kan wenselijk zijn gedurende een kortere of langere periode bepaalde bevoegdheden samen met andere volkeren in confederale instellingen uit te oefenen. Dit laatste zal onder meer geschieden in het kader van de Europese Unie. Het ontwerp van Grondwet zal er vanzelfsprekend rekening mee houden dat bepaalde bevoegdheden aan de Europese Unie werden toevertrouwd en Vlaanderen deel wil blijven uitmaken van die Unie. Nadere confederale samenwerking op andere niveaus, zoals met Wallonië of met Nederland, is evenmin uitgesloten. Maar de bevoegdheid om te beslissen wat men zelf doet en wat samen, dient wel aan Vlaanderen zelf toe te komen.

 

Toelichting bij onderdeel 4.

Het ontwerp van grondwet dient aan te tonen dat Vlaanderen zinnens is de internationale verplichtingen van een staat - die Vlaanderen nu reeds volkenrechtelijk minstens ten dele is (gezien de Vlaamse Verdragsbevoegdheid is Vlaanderen een volkenrechtelijk rechtssubject) - te eerbiedigen. Het zal bewijzen dat Vlaanderen zowel de fundamentele individuele vrijheden als de identiteit van andere volkeren op voet van gelijkwaardigheid wenst te eerbiedigen, en dat niemand die zelf deze eerbied wil opbrengen, iets te vrezen heeft van Vlaamse autonomie.

 

Toelichting bij onderdeel 5.

Het verzoek beoogt dat de bespreking, eventuele amendering, en goedkeuring van de grond-wet ten laatste op 31 december 2000 is afgehandeld, zodat deze grondwet een waardig milleniumgeschenk van de Vlaamse volksvertegenwoordigers aan de Vlaamse bevolking kan vormen.

 

Toelichting bij onderdeel 6.

Een periode van meer dan 3 jaar moet meer dan voldoende zijn om de overgang te organiseren naar een grondwettelijk bestel waarin Vlaanderen eindelijk zelfbestuur heeft, d.w.z. het recht heeft alle bevoegdheden zelf uit te oefenen (zie verder de Toelichting bij onderdeel 3).