Voorwaarts ... in de repressie.

Onder vier ogen ...

(licht gewijzigd in Doorbaak september 2001)

Hoe vrij en democratisch een land of samenleving is, kan afgemeten worden aan de mate waarin de burger een dubbele taal gaat hanteren : één in het publiek en één onder vier ogen. In totalitaire regimes is het een wijze van overleven om zodra men niet meer binnen een kring van absoluut vertrouwen spreekt, niet enkel maar op zijn woorden te letten, maar een codetaal te hanteren.

In die codetaal worden bepaalde woorden niet gebruikt , bepaalde onderwerpen slechts in bedekte termen besproken, en meningen die men niet durft uiten ingekleed in literaire of andere citaten (Hiermee is natuurlijk niet gezegd dat iedereen die een citaat gebruikt, zich identificeert met het geciteerde - een redenering die juist enkel totalitaire geesten kunnen maken, zoals er op 11 juli blijkbaar onder de toehoorders van collega Suy zaten).

In de DDR en andere socialistische arbeiders- en boerenparadijzen werden de kinderen van kleinsaf getraind om ten aanzien van buitenstaanders geheel anders te spreken dan jegens naaste familieleden, en omgekeerd te begrijpen dat bepaalde woorden buitenshuis een andere betekenis hadden dan binnenshuis. Toen ik als kleine jongen mee op reis mocht naar Polen of Hongarije (thuis werden onze reizen inderdaad niet beperkt tot zgn. democratische landen) werd me dat ook snel duidelijk gemaakt.

De steeds voortschrijdende politieke repressie in ons land en de terreur van de politieke correctheid maken ook van onze Vlaamse samenleving weer tot een "vier-ogen-samenleving" (het woord komt van de Duitse werkgeversvoorzitter H.O. Henkel)*, waar bij het begin van vele gesprekken omzichtig gewaarschuwd wordt "Feind hört mit". Volgens sommige van onze psychogogen zal het allicht weer enkel om een gevoel van onvrijheid gaan ... Wie leest voor welke uitspraken men vandaag allemaal terechtgesteld wordt in een groot deel van de pers, weet wel beter. Mag ik daarbij ook herinneren aan het woord van de grote Italiaanse en Amerikaanse processualist Cappelletti : "the worst of all possible trials is trial by newspapermen".

Keerzijde van deze groeiende repressie van de publieke meningsuiting is dat men dan "onder vier ogen", of liever nog "aan de toog" gaat overcompenseren door ook daar dingen te gaan vertellen die men niet echt meent, door overdrijving in de andere richting. En zo groeit de schizofrenie bij vele Vlamingen.

Groot-inquisiteurs weten natuurlijk dat hun repressie een dergelijke schizofrenie veroorzaakt en proberen dan ook vat te krijgen op, inzage te krijgen in, de "vier-ogen-meningsuitingen". Het verschil tussen privé-beweringen en publieke verklaringen van éénzelfde persoon wordt dan met veel omhaal als een bewijs gezien van de verwerpelijke ingesteldheid van de betrokkene.

De groot-inquisiteurs vergeten evenwel dat het juist hun repressie is die deze dubbelspraak veroorzaakt. Meer nog, alleen al het feit dat men mensen een intentieproces aandoet, door ze aan te vallen niet om wat ze inderdaad gezegd of gedaan hebben, maar op grond van de meningen of intenties die ze eigenlijk (inwendig) zouden hebben, is een uiting van totalitair gedrag. Dit geldt evengoed op collectief vlak, wanneer verenigingen of partijen worden aangevallen op grond van een zogenaamde verborgen agenda, die de werkelijke doeleinden zou bevatten, maar per definitie natuurlijk niet publiek is; ontkennen dat die verborgen agenda bestaat, is dan natuurlijk nog een extra verzwarende omstandigheid ...

Het is essentieel dat burgers in private en zelfs semi-publieke kring in vertrouwen hun mond kunnen opendoen zonder dat zij daarvoor politiek ter verantwoording kunnen worden geroepen. Waar echte vrijheid heerst, zal het verschil tussen iemands publieke en private vertoog overigens erg klein zijn. Dan pas kan er ook een debatcultuur zijn, waarin men elkaars argumenten aanhoort en beantwoordt. De echte fascisten zijn vandaag, zoals in het verleden, zij die het debat weigeren en dit evenmin met argumenten staven, maar met scheldpartijen. Wie geen argumenten heeft, en dus de tegenstander niet kan weerleggen, maakt hem verdacht. Elke verdachtmaking moet dan ook systematisch beantwoord worden met de vaststelling dat de tegenpartij blijkbaar geen argumenten heeft.

augsustus 2001

Matthias E. Storme

* aanvulling: Henkel verwees voor die term naar de Hamburgse burgemeester Klaus van Dohnanyi. Hij is vermoedelijk afkomstig van SPD-politicus Bodo Hombach en voor het eerst gebruikt in 1999 of 2000.

Vrijtekening : informatie op deze bladzijden is geen officiële KU Leuven informatie en kan geen aanleiding geven tot enige aanspraak jegens de auteur of verstrekker.
Disclaimer: Information provided here does not reflect official KU Leuven viewpoints nor gives rise to any claim against the author or provider