"Geen kiesrechten zonder waarborgen voor Vlaanderen", het Volk 11-6-1997

De federale kamer bespreekt de schrapping van de Belgische nationaliteit voor alle kiesrechten in dit land - dus zowel de gemeentekiesrechten, waar de grondwet dient te worden aangepast omwille van een europese Richtlijn, als de parlementskiesrechten - zowel aktief (kiezen) als passief (gekozen worden).

Voor de Vlaamse partijen zou het getuigen van een grote lichtzinnigheid en onverantwoordelijk-heid tegenover de bevolking die zij vertegenwoordigen om dit goed te keuren zonder tegelijk alle nodige waarborgen in te voeren voor het behoud van het nederlandstalig karakter van Vlaanderen en het tweetalig karakter van Brussel en van enkele andere demokratische beginselen.

Het Vlaams Parlement heeft o.m. op 30 juni 1994 een motie goedgekeurd met de nadere voorwaarden. Zopas heeft ook het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen een lijst van bekommer-nis-sen meegedeeld, waaraan dient te worden tegemoetgekomen vooraleer aan EU-burgers kiesrecht wordt toegekend.

Deze bezorgdheid van het Vlaams Parlement en de Vlaamse Beweging is geheel gerechtvaardigd door de ervaringen met het franstalig imperialisme in (onder meer) Vlaams-Brabant en Brussel.

De oorsprong van het probleem ligt natuurlijk in België, dat heeft toegelaten dat in Vlaanderen grond en kiesrecht wordt gegeven aan inwijkelingen die de streektaal niet kennen en meestal ook weigeren te leren, en dat Brussel heeft verfranst en ook nu nog verder verfranst zonder aan de Vlamingen een voldoende vertegenwoordiging te garanderen op alle niveau’s van besluitvorming. Het openstellen van het kiesrecht voor niet-Belgen maakt het probleem te Brussel en in Vlaams-Brabant nog erger, onder meer omdat een internationaal meer verspreide taal als het frans nu eenmaal meer aantrekkingskracht heeft dan het Nederlands.

Het gaat dan ook niet om een nationaliteitsprobleem, maar om een taal- en kultuurprobleem : Vlaanderen mag niet toelaten dat de Vlaamse bevolking wordt weggedrukt door diegenen die weigeren zich aan te passen aan en eerbied te vertonen voor het nederlandstalige karakter van Vlaanderen (c.q. het tweetalig karakter van Brussel) en de fundamentele demokratische wetten.

Dit verhindert niet dat, om nog erger te voorkomen, de schrapping van de nationaliteitsvoor-waarde moet worden gekoppeld aan gerechtvaardigde voorwaarden, zoals de gewaarborgde vertegenwoordiging voor de Vlamingen te Brussel van minstens 30 % op alle niveau’s.

Zo moet het demokratisch beginsel gelden, dat géén inspraak wordt gegeven aan wie niet aan de plaatselijke belasting is onderworpen (het gaat dus niet om wie geen belasting betaalt omdat hij geen inkomen heeft, maar om wie principieel aan belastingplicht ontsnapt) : no representation without taxation.

Zoals bij de staatshervorming was afgesproken, maar nog steeds niet uitgevoerd, moet de bevoegdheid over gemeentewet en gemeentekieswet naar de gewesten; bij de omzetting van de EG-Richtlijn door de gewesten moet in Vlaanderen het kiesrecht worden gekoppeld aan een behoorlijke kennis van het Nederlands, naast een vereiste van voldoende jaren (met name 6) verblijf voor personen van vreemde nationaliteit. Minstens dient de stemkracht van anderstaligen in alle gemeenten van het Nederlands taalgebied (Vlaams gewest) tot een aanvaardbaar niveau te worden beperkt.

Nu de federale overheid weer eens onze belangen in Europa heeft verwaarloosd, dient Vlaanderen erop te staan dat de grondwettelijke bevoegdheidsverdeling ook door de EU wordt geëerbiedigd en rechtstreeks een stem hebben in Europa voor alles wat haar bevoegdheden en de beveiliging van haar wezenlijke belangen betreft.

Prof. Matthias E. STORME
voorzitter VVA en OVV
(bijdrage in persoonlijke naam)




Vrijtekening : informatie op deze bladzijden is geen officiële KU Leuven informatie en kan geen aanleiding geven tot enige aanspraak jegens de auteur of verstrekker.
Disclaimer: Information provided here does not reflect official KU Leuven viewpoints nor gives rise to any claim against the author or provider