Op deze opiniepagina verwoord ik mijn kritiek (1) op het wetsvoorstel-Landuyt
(eertijds Willems-Landuyt) "ter bescherming tegen diskriminatie
op grond van geslacht, seksuele of relationele voorkeur".
Deze kritiek is samengevat dat het voorstel - zoals elk soortgelijk
anti-diskriminatievoorstel - :
a) radikaal pervers is zowel voor de private als voor de publieke
sfeer, in de eerste door het afschaffen van enkele der meest fundamentele
vrijheden, in de tweede doordat het een onvoorstelbare diskriminatie
invoert van al wie géén "bijzondere" seksuele
of relationele voorkeur (of ander bijzonder kenmerk, zoals huidskleur,
afkomst, en zo verder in te vullen naar eigen godsvrucht en vermogen);
b) en waar het dat niet is, nl. in zoverre het ongerechtvaardigde
diskriminatie door de overheid zou bestrijden, volkomen nutteloos
is.
Als men naar de tekst van dit voorstel kijkt - en daarover moet
het gaan, niet over zogezegde goede bedoelingen waarmee de weg
naar de hel ook is geplaveid - dan gaat het niét over het
wegwerken van ongerechtvaardigde ongelijkheden, maar wel over
het opleggen aan éénieder van een welbepaald mensbeeld,
namelijk de totalitaire versie van de vrijzinnigheid (er bestaat
gelukkig ook nog een andere vrijzinnigheid), nauwkeuriger nog
de ideologie door de marxist Herbert Marcuse verdedigd onder de
naam partisan-tolerance of discriminate-tolerance. Deze zogezegde
tolerantie diskrimineert tussen "korrekten" en "inkorrekten",
tussen wat volgens hén demokratisch is en wat volgens hén
ondemokratisch is. Zij is intolerant jegens de traditie, de traditionele
waarden en de groepen die zich op de traditie durven beroepen,
en tolerant jegens alles wat de traditie uitschakelt en tegenover
de voortschrijdende vervuiling van ons geestelijk en kultureel
leefklimaat. Het gaat niet om tolerantie tegenover uiteenlopende
morele opvattingen, maar om intolerantie tegenover de moraal als
dusdanig (volgens het westvoorstel wordt eenieder verplicht om
elke seksuele of relationele voorkeur als etisch neutraal te aanvaarden,
d.w.z. om elke etische waardering ervan af te schaffen). Het gaat
niet om tolerantie tegenover uiteenlopende godsdiensten, maar
om intolerantie tegenover de godsdienst als dusdanig. Het gaat
niet om de gelijkheid van mannen en vrouwen, maar om de afschaffing
van de eigenheid van de man en de afschaffing van de eigenheid
van de vrouw. Het is opnieuw een stap in de richting van de totale
gelijkschakeling, de totale homogenizering van de mens.
Het diskriminatieverbod waarop de auteur zich beroept, en dat
onder meer te vinden is in art. 10 van de grondwet, betreft alleen
de overheid alsook private instellingen met een monopoliepositie
: het gaat om gelijkheid voor de wet en voor de openbare dienst.
Dat de demokratische rechtsstaat wordt verkracht door dit ook
tussen partikulieren te laten gelden, wordt verder aangetoond.
Maar ook wat de overheid betreft, wordt het diskriminatieverbod
in hun wetsvoorstel volkomen verkracht. Het wetsvoorstel geeft
namelijk voor mensen met een bijzondere seksuele en relationele
voorkeur een afwijkende, met name veel ruimere definitie van diskriminatie,
en schept daardoor een voorkeursbehandeling voor die kategorie.
Volgens de rechtspraak van zowel ons Arbitragehof, als het Hof
van Justitie van de Europese Gemeenschap als het Europees Hof
voor de Rechten van de mens, omvat diskriminatie namelijk enkel
een ongelijke behandeling die niet gerechtvaardigd is :
"De grondwettelijke regels van de gelijkheid der Belgen voor
de wet en van de niet-discri-mi-natie sluiten niet uit dat een
verschil in behandeling volgens bepaalde kategorieën van
personen zou worden ingesteld, voorzover het kriterium van onderscheid
een objektieve en redelijke verantwoor-ding bestaat. Het bestaan
van een dergelijke verantwoording moet wor-den beoordeeld met
betrekking tot het doel en de gevolgen van de overwogen maatregel;
het gelijkheidsbeginsel is geschonden wanneer vaststaat dat de
aangewende middelen redelijkerwijze niet evenredig zijn met het
beoogde doel "(2).
Stel daartegenover de voorkeursbehandeling van bijzonder seksueel
geaarden door het wetsvoorstel : "elke vorm van onderscheid,
uitsluiting, beperking of voorkeur, die tot doel heeft of ten
gevolge heeft of kan hebben dat erkenning, het genot of de uitoefening
van de (rechten ....) wordt teniet gedaan, aangetast of beperkt"(3)
. Wég dus de gerechtvaardigde verschillen in behandeling
: zij worden strafbaar, en zelfs enkel de uiting van zijn voornemen
ertoe kan U één jaar gevangenisstraf opleveren !
Als dit geen marxistische partisan-tolerance is ...
Wil men daarentegen enkel tegen ongerechtvaardigde diskriminatie
beschermen, dan is de wet nutteloos : die bescherming vloeit reeds
voort uit de grondwet, en kan worden gesanktioneerd met alle gemeenrechtelijke
rechtsmiddelen (verbod en schadevergoeding inbegrepen).
Als wij ons vervolgens bezinnen over de vraag welke ongelijkheden
vanwege de overheid kunnen worden gerechtvaardigd zijn en welke
niet, dan herinner ik er aan dat het handelen van de mens nooit
etisch neutraal is, steeds een bepaalde waarde heeft. Dit geldt
vanzelfprekend ook voor de relationele voorkeur en beleving. Wanneer
vanuit een kristendemokratische inspiratie benadrukt wordt dat
bepaalde menselijke gedrags- of levensvormen - b.v. het huwelijk
- een waarde vormen, dan houdt dit noodzakelijk in dat zij in
bepaalde opzichten mogen worden begunstigd en dat de ongelijke
behandeling, door de overheid, van andere vormen, in sommige gevallen
- met name mits de nodige evenredigheid wordt geëerbiedigd
- gerechtvaardigd is. Een wetsvoorstel dat elke voorkeursbehandeling
voor gehuwden verbiedt en straft (nota bene zelfs tussen partikulieren
!) (4) is dan ook in strijd met kristendemokratische waarden.
Verder moeten bij de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van
een diskriminatie naast de rechten ook de plichten worden betrokken.
Men schijnt te vergeten dat b.v. het huwelijk ook plichten inhoudt.
Niet-gehuwden qua rechten gelijkstellen met gehuwden, zonder hen
dezelfde plichten op te leggen, is dan ook een onaanvaardbare
diskriminatie van de gehuwden.
Wat de verhoudingen tussen partikulieren betreft, is het wetsvoorstel
nog stukken perverser. Een demokratische rechtsstaat is namelijk
gebouwd op de eerbied voor fundamentele rechten en vrijheden,
waardoor aan elke mens een ruimte wordt gegeven waarbinnen hij
zich naar eigen godsvrucht en vermogen kan gedragen en ontplooiien.
Deze rechtsvrije ruimte wordt gegarandeerd door de vrijheid van
meningsuiting, overtuiging, godsdienst en geweten, de vrijheid
van vereniging, de kontraktsvrijheid als vrijheid te kontrakteren
met wie ik wil, e.d.m. Onder het mom van het diskriminatieverbod
worden al deze vrijheden door het wetsvoorstel op grove wijze
met de voeten getreden (5), en dit opnieuw met een onvoorstelbare
partisan-tolerance.
Nu is het natuurlijk juist dat die vrijheden niet mogen worden
gebruikt om andermans vrijheden te schenden, en dat het in gemeenschap
leven van mensen meebrengt dat eenieders vrijheid wederzijds moet
worden begrensd door die van de anderen. Maar omgekeerd houdt
zo'n vrijheid noodzakelijk in dat men binnen die begrenzing mag
diskrimineren zoveel men wil, d.w.z. dat men een onderscheid mag
maken tussen personen met wie men al dan niet wil kontrakteren,
met wie men zich al dan niet wil verenigen, wiens mening me al
dan niet deelt, enzovoort. De menselijke waarden waarop onder
meer de CVP zich steunt, impliceren noodzakelijkerwijze diskriminatie,
juister gezegd een ongelijke behandeling die ik tegenover derden
(overheid inbegrepen) niet hoef te rechtvaardigen. Als ik huw
heb ik geen verantwoording af te leggen over de keuze van mijn
partner, zeker niet aan anderen die zich daardoor benadeeld voelen,
als ik een vereniging opricht (zonder monopoliepositie) heb ik
geen verantwoording af te leggen over de keuze van mijn mede-oprichters,
als ik vrienden maak heb ik geen verantwoording af te leggen over
mijn keuze, e.d.m. Omgekeerd moet ik dergelijke keuzen van anderen
aanvaarden : aanvaarden dat de begeerde mij niet huwt, dat ik
niet wordt opgenomen in een vriendschap of vereniging, e.d.m.
Kortom, alle menselijke waarden zoals liefde en vriendschap, eerbied
en trouw, waarheidsliefde en dankbaarheid kunnen slechts bestaan
bij gratie van diskriminatie.
Elk diskriminatieverbod tussen partikulieren - ook wanneer het
afgezwakt zou worden tot "homoseksualiteit" alleen in
plaats van gelijk welke "seksuele of relationele voorkeur"
- is, voor zover het iets toevoegt aan het verbod om andermans
rechten te schenden (en dat is duidelijk de bedoeling van het
wetsvoorstel, anders zou het nutteloos zijn), totalitair in de
hogerbeschreven zin : het impliceert namelijk dat een gedraging
die als dusdanig géén schending is van andermans
rechten - d.w.z. los van de mogelijke "bijzondere" kenmerken
van die ander zoals een bijzondere seksuele of relationale voorkeur
- alléén omwille van dat bijzondere kenmerk van
die ander onrechtmatig wordt. In een rechtsstaat - anders dan
in een totalitaire staat - hebben partikulieren inderdaad in de
meeste gevallen (monopolies uitgezonderd) nog altijd geen récht
op de levering van een dienst, van een goed of van het genot ervan,
wanneer zulks door een andere partikulier wordt aangeboden. Het
wetsvoorstel nu zou maken dat een partikulier, die buiten de genoemde
uitzondering nog altijd mag weigeren mij een dienst te verlenen
om welke reden ook - inbegrepen redenen zoals mijn zwaarlijvigheid,
lelijkheid, leeftijd, gestalte, stemgeluid, lijfgeur, haarkleur,
of gewoonweg dat mijn gezicht hem niet aanstaat - dit niet meer
zou mogen doen omwille van mijn bijzondere seksuele of relationele
voorkeur of beleving (6). Dit is dus vlakaf een voorkeursbehandeling
voor eenieder met een bijzondere seksuele of relationele voorkeur,
partisan-tolerance dus.
De overheid mag de vrijheid van partikulieren wel reglementeren
door het opleggen van gedragsregels, maar het moet dan wel gaan
om gedragsregels die voor iedereen gelden. Indien de overheid
het samenleven regelt door b.v. geluidsoverlast te verbieden,
dan kan mijn buurman mij verplichten om niet meer lawaai te maken
dan die norm. Maar dan is het wel kompleet irrelevant of hij de
geluidsoverschrijding tolereert als zij het gevolg is van een
relationele voorkeur die gelijk is aan de zijne en niet tolereert
als zij het gevolg is van een afwijkende relationele voorkeur.
(1) Ik verwijs hierbij graag naar eerdere kritiek, zeer terecht,
vanwege b.v. Mark van de VOORDE, Kerk en Leven 12-6-1996,
A. COLEN, de Standaard 25-5-1996, F. VERLEYEN, "De
gedachtenpolitie", Knack 12 juni 1996, F. KEULENEER,
in Katholiek Nieuwsblad 7 juni 1996, en van F. KEULENEER,
H. ARTS en mezelf in de Standaard 19-61996.
(2) Arbitragehof 13 juli 1989, nr. 21/89, B.S. 21 juli 1989, 12781;
zie ook het eindarrest 13 oktober 1989, nr. 23/89, B.S., 8 november
1989, 18397, R.R.D., 1989, 619 noot DELGRANGE, X., "Quand
la Cour d'Arbitrage s'inspire de la Cour de Strasbourg".
(3) Deze definitie is gewoon overgenomen uit teksten van ekstreem-fundamentalistische
elementen uit de homobeweging.
(4) Volgens dit wetsvoorstel is b.v. elk lid van een ziekenfonds,
dat huwelijkspremies uitkeert, (en dus herhaaldelijk diskriminatie
bedrijft op grond van relationele voorkeur) strafbaar met één
jaar gevangenisstraf. (zie art 3 juncto 5 van het voorstel).
(5) Zie de voorbeelden gegeven in de bijdragen aangehaald in voetnoot
1. Het volstaat misschien erop te wijzen dat élke in de
katolieke kerk gedoopte, die geen ontslag heeft genomen uit de
kerk, - en dus niet alleen de bisschoppen - op grond van art.
1 juncto 5 van het voorstel één jaar gevangenisstraf
kan krijgen, vermits hij lid is van een vereniging die kennelijk
en herhaaldelijk op grond van geslacht een onderscheid maakt in
de zin van art. 1 van het voorstel.
(6) Dat het wetsvoorstel de kontraktsvrijheid ten volle zou laten
bestaan, is volledig in strijd met art. 3 en 4 van het voorstel
dat elke diskriminatie (in de ruimste zin) bij het leveren of
aanbieden van een dienst of goed, bij arbeidsbemiddeling, aanwerving
e.d.m. straft met gevangenisstraf tot één jaar !