Breid Brussel uit tot heel Vlaanderen
licht verkort gepubliceerd in de Standaard 26 november 1997
De recente gebeurtenissen te Brussel tonen aan dat er opnieuw ernstig moet worden nagedacht over het statuut van Brussel. En daarmee over het statuut van België. Ook voor een land met drie taalgemeenschappen is 7 Parlementen van het goede teveel - en daarbij is de Vlaamse Gemeen-schaps-commissie te Brussel nog niet eens meegerekend.
Twee vormen van logica kunnen daarbij worden gebruikt. De ene is een bicommunautaire, die uitgaat van de gelijkwaardigheid van de nederlandstalige en de franstalige gemeenschap te Brussel. De andere kan men een unitaire noemen; omdat zij autonomie en medezeggingschap weigert aan één van beide gemeenschappen kan men ze beter een imperialistische noemen. De Vlaamsgezinden hebben steeds gekozen voor de bicommunautaire logica. Daarom worden ze steeds vaker nationalisten genoemd. Het wordt tijd dit als een geuzennaam te beschouwen en te eren, want dit nationalisme is gegrond op wederzijdse eerbied tussen volksgemeen-schappen, die elk recht hebben op een gebied (eventueel ook deels een gezamenlijk gebied) om zich te ontplooien. Het tegendeel van dergelijk nationalisme is gewoon imperialisme. De francofonie heeft steeds gekozen voor de imperialistische logica, en wordt daarbij geholpen door enkele nuttige idioten aan Vlaamse zijde, zoals we op 21 november nog in deze krant mochten lezen. Dit imperialisme wordt daarbij in op het eerste gezicht erg redelijke argumenten verpakt.
* *
*
Laten we even die redelijke argumenten ernstig nemen, en hun logica tot de onze maken. We zullen nog zien wie er dan hysterisch wordt.
Gaan we er even van uit dat nederlandstaligen en franstaligen in Brussel tot dezelfde gemeen-schap zouden behoren, omdat het spreken van dezelfde taal niet de belangrijkste vorm van gemeenschap zou zijn. Weliswaar bewijst de realiteit in het grootste deel van de wereld het omgekeerde, maar goed. Er zijn inderdaad voorbeelden waar de gemeenschap niet samenvalt met de taal; neem bv. Schotland of Ierland : engelstaligen, keltischtaligen en (in Schotland) schotstaligen voelen zich één gemeenschap. Dat het daarbij gaat om volkeren die door het imperialisme grotendeels van hun eigen taal zijn beroofd, is geen beletsel voor de vergelijking : is dit immers te Brussel (grotendeels bestaande uit verfranste Vlamingen) ook niet precies het geval ?
Gaan we er verder even van uit dat er sociaal-economische gronden zijn, niet alleen om nederlandstaligen en franstaligen in Brussel tot dezelfde gemeen-schap te rekenen, maar ook om Brussel en zijn Vlaams hinterland tot dezelfde gemeenschap te rekenen. Brussel mag daarvan niet worden afgesneden, en daarom moet de huidige begrenzing tot de 19 gemeenten verdwijnen. En die opening geschiedt - in de francofone logica - vanzelfsprekend niet door een stuk Wallonië in te palmen. Daar zijn ook weer goede redenen voor : heeft immers zelfs Louis Michel niet ingezien dat Brussel en de rest van Vlaanderen sociaal-economisch veel dichter bij elkaar staan dan Brussel en Wallonië ? Kortom, laten we eenvoudigweg het Brussels gewest uitbreiden tot héél Vlaanderen, en er één Brussels-Vlaams gewest, tegelijk Gemeenschap van maken. De Franse gemeenschap heeft dan geen reden van bestaan meer, en Wallonië wordt onafhankelijk.
Gedaan met de omknelling van Brussel, gedaan met 4 van de 5 parlementen die het resterende deel van België rijk is, gedaan met de pariteit. Nog één Parlement, nog één regering. De Vlaamse en de Franse gemeenschapscommissie blijven beperkt tot louter gemeentelijke bevoegdheden. Het Groot-Brussels Gewest - nu uitgebreid tot heel Vlaanderen - wordt voor 90 % een nederlandse gewest, en de kennis van het nederlands dus vanzelfsprekend noodzakelijk om daarin een functie te bekleden. Geen franstalige die daarover kan klagen, dat zou immers toch getuigen van een eng etno-nationalisme, niet.
* *
*
Tot daar wat er zou gebeuren indien Vlaanderen, in plaats van echt nationalisme, de franstalige logica zou toepassen. Maar Vlaanderen is niet imperialistisch, en gelooft in de gelijkwaar-digheid van historisch gegroeide cultuurgemeenschappen. Die gemeenschappen bestaan, niet omdat dit in de sterren staat geschreven, maar omdat dit nu éénmaal historisch zo is gegroeid. En zodoende bestaat er een franstalige Gemeenschap in Brussel, die niet dezelfde is als de nederlandstalige. Maak Groot-Brussel - nu uitgebreid tot heel Vlaanderen - onafhankelijk, en wij gunnen franstalige Brusselaars hun zelfbestuur in persoonsgebonden aangelegenheden, hun Parlement in de vorm van de COCOF, hun regering in de vorm van het College daarvan. Van de 5 Parlementen blijven er dan nog twee over. Eventueel kan hen voor grondgebonden aangelegenheden te Brussel-19 zelfs de dubbele meerderheid worden gegund in het Groot-Brussels - dit is Vlaams - Parlement, waar zij immers nog slechts een kleine minderheid zullen vormen. Wellicht zullen de franstaligen dan zelf ook de fusie van de 19 gemeenten vragen en wij zullen hen dat gunnen.
Wederzijdse eerbied tussen cultuurgemeenschappen binnen een staat kan natuurlijk maar voor zover dit de oorspronkelijke bevolking, de natives, niet geheel in de verdrukking brengt. Vandaar moet het tweetalig gebied en de wetgevende bevoegdheid in cultuur- en persoonsgebonden aangelegenheden voor de franstalige minderheid van dit groot-Brussel (d.i. Vlaanderen) op dit ogenblik beperkt te blijven tot Brussel-19. Een stuk verder in de XXI eeuw kunnen we dat dan terug bekijken.
Indien intussen ook andere Gemeenschappen in Vlaanderen een eigen identiteit behouden of uitbouwen, om dergelijke autonomie in culturele en persoonsgebonden aangelegenheden vragen en een eigen Cultuurparlement vragen, moet dat bespreekbaar zijn. Groot-Brussel - dit is Vlaanderen - kan zich daarbij spiegelen aan Hongarije, dat een tiental rechtstreeks verkozen Cultuurparlementen voor minderheden telt. Voor zover ik weet, bestaat de vraag daarnaar in Vlaanderen nu niet. Maar zo die er komt, is dit bespreekbaar. Als wij onze staat in Europa krijgen, zullen we tegenover minderheden zeker even gul zijn als de Walen en de Fransen.
* *
*
Tot daar de visie die Vlaanderen moet ontwikkelen naar aanleiding van de Brusselse crisis. Niet hysterisch, maar gewoon zelfbewust en redelijk, zoals andere beschaafde cultuurnaties dat doen. Mogen de vlaamse verenigingen, partijen, en heel de burgerlijke maatschappij hieraan werken, niet overhaast, maar toch met bekwame spoed.
Matthias E. Storme
(hoogleraar KU Leuven en voorzitter van het verbond der Vlaamse Academici en het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen. ).
Lionel Vandenberghe
(voorzitter Ijzerbedevaartcomité)