BARNARD EN HERTMANS VERGISSEN ZICH VAN VIJAND
Deze bijdrage verscheen onder de titel "de verkeerde vijand" licht ingekort in de Standaard van 1 april 2004, http://www.standaard.be, als repliek op de bijdragen van Banno Barnard (22 maart 2004, infra) en van Stefan Hertmans (25 maart 2004, zie infra). Hierbij de integrale versie.
Daaronder vindt U de stukken waarop dit een reactie is.
P.S. De verstandige lezer zal tussen de regelzs door wel lezen dat ik het met Barnard in veel zaken wel eens ben of zou kunnen zijn. Barnard liet dit 2 jaar later trouwens merken in zijn bijdrage "Links conservatisme" in Knack 13 september 2006, voor een goed begrip ook infra hernomen. Van Hertmans heb ik nooit zelfs maar een ontvangstbevestiging mogen ontvangen.
----------
Beste Benno Barnard,
Ik ben geen groot briefschrijver, geen literator, eigenlijk ook geen politicus, maar een (geestes)wetenschapper. Ik heb helemaal niet de gewoonte om mijn brieven aan schrijvers in de krant te plaatsen, maar als jij me in die krant woorden in de mond legt die volledig verdraaid werden, om daarmee medestanders van mij onder de gordel te treffen, laat je me geen andere keus. Het is niet omdat je citeert uit gesprekken en petit comité dat ik daarover boos ben - in tegenstelling tot vele anderen ben ik er de man niet naar om privatim andere opinies te vertolken dan publiekelijk (al komt rondom ons de vier-ogen-maatschappij op omwille van de toenemende repressie van politiek incorrect geachte meningen), maar omdat je citaat onjuist is.
"De N-VA wemelt van de nazaten van collaborateurs, nog erger dan het Vlaams Blok'', zou ik je hebben toevertrouwd. Je weet perfect dat ik gezegd heb dat het vooral in de N-VA is dat de nazaten zitten van de intellectuele klasse die zozeer door de naoorlogse repressie getroffen werd, soms terecht, vaak onterecht, maar dan wel uitsluitend nazaten die een ondubbelzinnige keuze maakten voor de democratie, de fundamentele vrijheden en de rechtsstaat. Doordat die nuances weggelaten werden, werd je citaat tot een halve waarheid en dus een leugen. Maar goed, dat zal een leugentje om bestwil zijn zeker?
Ik ken je heimwee naar de nadagen van het uiteenvallende Habsburgse rijk en kan dus wel begrijpen waarom je nu al heimwee begint te cultiveren naar het binnenkort verdwijnende B. in late verwilderde woorden. Maar is dat nu een reden om zo fanatiek, brutaal en intolerant te schelden op mensen die daar geen traan om zullen laten, enkel en alleen omdat ze andere staatkundige opvattingen hebben? Omdat ze op zoek zijn naar de staatkundige structuren waarin naar hun inzichten mensen en volkeren het best tot hun recht kunnen komen? Is het een misdaad de vraag te stellen of bevoegdheden die nu op een politiek niveau worden uitgeoefend misschien beter elders gelegd worden? Is het een misdaad van oordeel te zijn dat de contrafederale constructie B. als tussenniveau tussen Vlaanderen en de Europese Unie geen meerwaarde meer heeft, en integendeel economische welvaart, sociale cohesie, culturele bloei en democratische samenleving van zowel Vlaanderen als Wallonië in de weg staat? Je mag natuurlijk betogen dat dit oordeel onjuist is, maar dan verwacht ik daarvoor argumenten in plaats van scheldpartijen. Want ik heb van jou nog geen enkele reden gehoord waarom die B. constructie tussen Vlaanderen en Europa wel zou moeten blijven bestaan, waarom de Vlamingen niet zonder die stiefmoeder zouden mogen aan tafel zitten met de vele andere Europese volkeren en culturen die hun eigen staat hebben zonder van jou het verwijt te krijgen om die reden schraapzuchtig, xenofoob, platvloers en geschiedenisvervalsers, ja misdadigers te zijn. En o ja, ik wil natuurlijk de banden met Staats-Nederland aanhalen, ik heb geen bezwaar tegen je Groot-Nederlandse utopie, maar met je belgicistische getier ga je die zeker niet bevorderen. Niet dat je tirades niet literair zijn, qua woordkeuze zijn ze bijna zo rijk als die van Oriana Fallaci (hoewel, Saruman Hertmans kent ook wel wat van schelden). Maar je gebruikt je capaciteiten verkeerd door in plaats van respect minachting te kweken, door geen tolerantie te preken jegens mensen die er andere staatkundige opvattingen op nahouden dan jijzelf, maar ridiculisering, reductie tot psychiatrische gevallen, of criminalisering en partijverbod.
Beste Benno, je vergist je van vrienden en van vijanden. Je moet dringend betere vrienden zoeken dan het clubje ewiggestrige Klaagzangbelgicisten van B Plus. Niet dat ik iets tegen Ludo Dierickx heb - he is a honourable man en hecht veel belang aan het debat met andersdenkenden. Maar ergens roepen die vrienden niet het meer in jou, maar het slechtste in jou wakker, en dan zou je eigenlijk beter tegen jezelf beschermd moeten worden.
Je vergist je ook van vijand. Het Habsburgse rijk is ten onder gegaan omdat het de verschillende volkeren en culturen maar too little, too late recht heeft proberen te doen (in de verschillende versies van de Ausgleich), maar evenzeer doordat het geviseerd werd als katholieke staat door in het bijzonder het antiklerikale Frankrijk. En vooral: heb je misschien al eens bedacht dat multiculturele staten steeds uiteenvallen wanneer ze democratiseren? Nu mag je van mij zelfs denken dat een democratische samenleving stukken minder belangrijk is dan één enkele Radetzkymatsch, dat één groot literair werk sub specie aeternitatis opweegt tegen een massa ellende, maar dan moet je wel de moed hebben om dat te zeggen. Misschien is het zo dat naar het woord van Valéry, les peuples heureux n'ont pas d'histoire, maar moeten wij daarom de volkeren in het ongeluk storten?
Als je het uiteenvallen van B. betreurt, vergis je je van vijand. De taalgrens is er gekomen omdat de Walen dat verkozen boven de tweetaligheid van heel B. De Vlaamse unicommunautaire instellingen in Brussel (die overigens vrijwel de enige écht meertalige zijn) zijn er gekomen door de afwezigheid van elementair respect voor de Nederlandstaligen in Brussel. Elke vergelijking tussen jouw Habsburgse rijk en het "B. de papa" is gewoon grotesk.
Als je volksverheffing belangrijker vindt dan geldstromen, vergis je je van vijand. De Franstalige politieke klasse is helemaal niet in het voortbestaan van B. geïnteresseerd omdat het zo volksverheffend zou zijn of omdat ze de uitwisseling met de Nederlandse cultuur zo geestesverruimend vindt (vele Walen kunnen daar individueel interesse voor hebben, maar daar hebben ze B. niet voor nodig); het vasthouden aan B. gebeurt voor het geld en wat grondgebied rond Brussel. Bart de Wever heeft jou inzake die geldstromen al geantwoord en Hertmans was zo handig daar niet meer op in te gaan, vergetend dat het in jouw scheldtirade natuurlijk daarom ging, en aldus de houding van de Waalse politieke klasse met de mantel der liefde bedekkend.
Als je heimwee hebt naar de bezieling van je "nonkels", Benno, en als je de verkleutering van de samenleving en verschraling van de cultuur betreurt, vergis je je van vijand. Kritiek op de capitulatie van het grootste deel van de Vlaamse elite (intellectuelen, media, e.d.) voor die verkleutering is terecht, maar door jou wel echt aan de verkeerde partij gericht. Je bedoelt toch niet dat de andere partijen inzake verkleutering een voorbeeld vormen dat de N-VA moet navolgen, niet? O, ik begrijp zeker je eerbied en vertedering voor de cultuurflaminganten uit je jeugd, maar die vereist langs geen kanten het instandhouden van B. vandaag. En wat de ontzieling van de Vlaamse samenleving betreft: het zijn niet de flaminganten die daaraan schuld hebben; zo iemand die wel heeft, zijn het de post-68'ers, de onderwijskundigen van het vernield secundair onderwijs, diegenen die de religie uit het intellectuele leven hebben gebannen, de kampioenen van het allerindividueelste recht op zelfrealisatie, de fobomanen die de literair-artistieke canon verwerpen omdat ongeveer elke meester uit het verleden wel ergens een racist, sexist of homofoob was, ja misschien zelfs de schrijvers die volksverheffing al decennia als een achterlijke, klerikale, paternalistische en cryptofascistische idee brandmerken.
En beste Hobbithater Hertmans, U vergist zich duidelijk ook van vijand. Ik meen dat ik een groot deel van uw bekommernissen deel, maar niet uw oplossingen, en heb de illusie dat U er met mij misschien wel eens op een hoffelijker manier over wil praten. Want als je voor intellectuele rijkdom bent, voor meertaligheid, voor culturele uitwisseling, waarom moet je daar dan zonodig de verdediging van B. aan koppelen ? Waarom zou dan B. mijn horizon moeten zijn? Ik denk niet dat ik op genoemd vlak enige lessen te leren heb, wel dat ik zoals eenieder voorturend kan en moet bijleren, al beschouw ik mezelf als een zestalige tolerante en oprecht in andere culturen geïnteresseerde Vlaming, voor wie Italië bv. bijna evenzeer een vaderland is, waarheen ik bij het lezen van uw verdachtmakingen wel graag zou emigreren. Vanwaar die groteske redenering dat alleen inwoners van een slecht functionerende contrafederale monarchie gecultiveerd kunnen zijn, en dat het streven naar goed functionerende politieke structuren verwerpelijk is? Wat een grofheid tegenover al die andere kleinere zowel als grotere culturen in Europa die niet ondanks maar mede dankzij hun eigen staat ook grote geesten hebben voortgebracht. Zijn al die volkeren stinkende, populistische, kortzichtige, belachelijke navelstaarders? Of bent U naast het praktische denken van Bart de Wever zelf in het putje van Milete gevallen?
Ach, een scheldpartij van andere cultuurkanunniken zal wel mijn deel worden. Als het op schelden aankomt, verlies ik, dat geef ik ruiterlijk toe. Maar een redelijke argumentatie over de vraag hoe we zowel economische welvaart, sociale cohesie, culturele bloei als een democratische samenleving kunnen bevorderen, die wil ik met hoffelijke andersdenkenden wel voeren. Op Ludo Abicht na heb ik ze de voorbije dagen in de Standaard echter nog niet ontmoet.
Matthias E. Storme
(de auteur is hoogleraar rechtsvergelijking, M.A. in Philosophy (Yale), Fellow Max-Planck-Gesellschaft, gastdocent Hebrew University Jerusalem, Voorzitter van het Verbond der Vlaamse Academici)
-------
Het verraad der Nieuw-Vlamingen
OP 8 maart jongstleden bevatte De Standaard twee uitingen van de gedachtewereld der Nieuw-Vlamingen.
In zijn column ,,Het kostbare weefsel'' zette Bart De Wever, ondervoorzitter van de N-VA, de fantastische voordelen van een klein land uiteen. Het voornaamste punt in zijn betoog luidde dat een zelfstandige Vlaamse staat ,,dicht tegen de top-vijf van rijkste landen zou aanschurken''. In dat licht beleed de auteur het belangrijkste geloofsartikel van de Nieuw-Vlaamse superstitie, namelijk dat België ,,als nationaal niveau achterhaald'' zou zijn. In zijn kringen gebruiken ze gaarne de metafoor van de lege doos: Nieuw-Vlamingen zijn mensen die graaien wat ze kunnen en ondertussen de doos verwijten dat er niks in zit. Voor een historicus pleegt deze De Wever wel erg opzichtig revisionisme van het heden.
Elders in dezelfde krant glimlachte het burgermansgezicht van Geert Bourgeois gespannen naar mijn kiesintenties, alsof zijn lach haaks stond op een anaal-retentieve persoonlijkheidsstructuur; maar humor is natuurlijk niet het sterkste punt van nationalisten. De glimlach maakte dat de kaak, zoals bekend een gevoelig lichaamsdeel van de Nieuw-Vlaming, des te geprononceerder leek.
,,Als de toekomst onzeker is, waarom stopt u dan ieder jaar 5.000 euro in een onverantwoorde geldstroom naar Wallonië?'' vroeg de voorzitter mij. Ook zijn overige vragen betroffen allereerst mijn ,,portemonnee'' (zijn woord). Aldus propageerde deze verkiezingsadvertentie het glanzende Nieuwe Vlaanderen, waar na een eeuw van emancipatorisch engagement de halve bevolking op televisie ondertiteld dient te worden.
O Nieuw-Vlaamse vleespotten!
Het Nieuw-Vlamingendom is verzameld in een partij die speculeert op platvloerse, burgerlijk-rechtse hebzucht, op nieuwe zelfgenoegzaamheid en oude paranoia. Ze wordt geleid door lieden die zich er niet voor schamen om op markten speelgoedautootjes uit te delen aan kleine kinderen, ter illustratie van de leugen die ze de ouders opdissen, als zou ieder modaal Vlaams gezin om de paar jaar een middenklassewagen cadeau doen aan een Waals gezin.
Wat zijn de sociale en fiscale feiten?
De jaarlijkse transfers van Vlaanderen naar Wallonië bedragen 5,43 miljard euro, althans volgens de studiedienst van de KBC -volgens nogal wat andere bronnen is het veel minder. (Zo helpt een rijke regio een arme, en de demografie leert ons dat het geld over twintig jaar zeer vermoedelijk de andere kant op stroomt.) Vlaanderen telt ongeveer 2,5 miljoen huishoudens. Deel het eerste getal door het tweede en de uitkomst is plusminus 2.172, minder dan de helft van het bedrag in euro's dat ik volgens de Nieuw-Vlamingen via de belastingen ieder jaar aan een anoniem Afrikaans, allee, Waals gezin verkwist. Er zijn een slordige half miljoen huismoeders in Vlaanderen; volgens de Nieuw-Vlaamse rekenkunde betalen die elk ruim 10.000 euro per jaar aan Wallonië. Erger nog, we hebben het over wel 10.000.000 euro per wettelijk gehuwd Vlaams homopaar; wat zeg ik, over 2,715 miljard euro per dwergkonijn in mijn garage.
De kwestie is dat de Nieuw-Vlamingen de statistieken omzwachtelen met suggestieve leugenpraat; bovendien verzwijgen ze kuis dat meer dan een derde van het Vlaamse belastinggeld door bedrijven wordt opgebracht.
Niet alleen liegt de N-VA, niet alleen bedrijft zij contemporaine geschiedvervalsing, ook verraadt zij het nobelste in haar eigen intellectuele geschiedenis.
Ik had nooit gedacht dat ik dit ooit zou opschrijven, maar die hele krant van 8 maart wekte in mijn ziel (want ik had opeens een ziel) een overweldigend heimwee naar de Groot-Nederlandse utopie, zoals die in mijn kindertijd werd belichaamd door mijn nonkels Bert en Ignace.
Bert Pelckmans was uitgever, een rondborstige man, met een predispositie voor omarmingen, die ik als kleine Noord-Nederlandse jongen 'nonkel Bert' mocht noemen. Veel embonpoint, veel Bourgondië; veel cultuur bovenal: deze intieme vriend van Maurice Gilliams deelde zijn romantische negentiende-eeuwse villa in Kapellen met vele duizenden boeken in zeven talen, en ook met een gezin. Soms hoorde ik hem tegen mijn ouders over 'het Belgiekske' mopperen, en op een dag sprak hij deze onvergetelijke woorden tegen mij: ,,Tussen mijn boeken voel ik me als een augurk in mijn eigen azijn, zoals Flaubert dat noemde.'' Ik was toen twaalf, en de zuidelijkste schrijver die ik kende was Willy Vandersteen.
'Nonkel Ignace' was Ignace De Sutter, een kleine, aapachtige man, die prachtige kerkmuziek componeerde en mij via een steeds klaarliggende wonderdoos in de wereld der Belgische chocolade initieerde. Zijn vertrekken roken naar boenwas, sigaar en celibataire geestelijke. Ook hij was als vanzelfsprekend een Groot-Nederlander, een cultuurflamingant. Hij vertelde dikwijls over de muziekfestivals in Salzburg, die hij met onwrikbare toewijding bezocht, en zong met vaste stem melodieën voor; misschien heb ik mijn grote liefde voor de vocale muziek wel in eerste instantie aan hem te danken. Ik herinner me het verdriet dat ik voelde, twintig jaar later, toen hij diep gekrenkt bleek door een wat anti-paaps gekleurd stuk van mijn hand over Anton van Wilderode. Ik had hem op zijn Vlaams-katholieke ziel getrapt - maar verdomd, hij had tenminste een ziel, en een levensovertuiging die het louter-materiële oversteeg.
Beiden zijn allang dood. En hoewel ik hun politieke inzichten nooit heb gedeeld, gedenk ik hen met eerbied en iets van vertedering.
Eh bien, ik besef dat men niet louter ter wille van mijn jeugdherinneringen België in stand kan houden. Maar ik meen dat ik het volste recht heb om de Nieuw-Vlamingen hun verraad aan deze traditie te verwijten, hun verraad aan de wereld van de geest in het algemeen. Ooit was een cultuurflamingant iemand. Dat is tegenwoordig ook zo treurig in dit gewest: als je cultuur zegt, denkt iedereen dat je een museum bedoelt.
In feite doen de Nieuw-Vlamingen dus precies hetzelfde wat de socialisten nu ook al vele jaren doen: de volksverheffing verloochenen. En zoals de roden al vele jaren het biefstuksocialisme praktiseren, zo praktiseren de zwart-gelen thans het biefstuknationalisme. Maar de roden zijn tot nader order tenminste nog geneigd hun biefstuk te delen.
Groot-Nederland: in de denkwereld van de historicus-geschiedvervalser Bart De Wever is dat ongetwijfeld een oud gerucht, opstijgend uit een lege doos. Dat is althans de logische conclusie uit zijn redenering dat een staat beter functioneert naarmate hij kleiner is. Geen wonder dat de Nieuw-Vlaamse partijtop, zoals het prominente partijlid professor Matthias Storme mij onlangs toevertrouwde, overweegt om ook Brussel maar helemaal los te laten. Voor mijn historisch bewijsbare stelling dat het etnische conflict in België een fantasma van geestdrijvers is, en dat de Vlaamse beweging een sociaal-culturele emancipatie nastreefde, waarbij voornamelijk Franstalige Vlamingen bestreden dienden te worden, was de hoogleraar niet ontvankelijk.
Brussel loslaten! Wat een groots idee! Wat een strategisch superieure methode om van dat afschuwelijke kosmopolitisme af te raken en eindelijk onze eigen stralende republiek te stichten, onze krielrepubliek, grondig provinciaal, mateloos schraapzuchtig, xenofoob, gezuiverd van werkloze Walen en decadente Brusselaars...
Terwijl ik het Nieuw-Vlamingendom zo overschouw, maakt een grote verbazing zich van mij meester. Hoe is het mogelijk dat het dierbare België dit soort partijen tolereert? Ze streven nota bene naar de vernietiging van de staat waarbinnen ze functioneren, ja, waaraan ze hun raison d'être ontlenen; het zijn dus, en dit bedoel ik volstrekt niet als grap, ordinaire landverraders. Maar daar hoeft niemand raar van op te kijken, gezien het hereditaire landverraad in de rangen van de N-VA: die wemelt namelijk van de nazaten van collaborateurs, nog erger dan het Vlaams Blok, zoals ik bij een eerdere gelegenheid uit de mond van dezelfde professor Storme mocht optekenen.
Een beetje een verrader ben ik dus zelf ook: ik geef informatie prijs die ik in informele omstandigheden heb verworven. Maar de kwestie is te belangrijk om onbesproken te laten. De N-VA moet dringend ontmaskerd worden, zeker nu ze haar onderlijf aanschurkt tegen de Vlaamse machtspartij bij uitstek, de Vlaamse Parti Socialiste om zo te zeggen, CD&V geheten.
Ach, biefstuknationalisten!
Ik kan me jullie ziedende ingezonden brieven al voorstellen. Mijn hoofdzonde zal wel weer zijn dat ik een noorderling ben; quod erat demonstrandum. Sliep uit!
Benno Barnard
(De auteur is schrijver en lid van de raad van bestuur van B Plus, Beweging voor een federaal België.)
22/03/2004
------
Hobbitland, o heilig land der vaad'ren
Stefan Hertmans
25/03/2004
DE reactie van Bart De Wever (DS 24 maart) op de opiniebijdrage van Benno Barnard (DS 22 maart) jaagt me eerlijk gezegd de stuipen op het lijf. Afgezien van de kwestie van de geldstromen, waarover de meesten onder ons onvoldoende inzage in de werkelijke dossiers hebben om het welles-nietes spelletje voor eens en altijd de wereld uit te helpen, frappeert het mij dat deze ondervoorzitter nergens ingaat op de argumenten van Barnard, maar hem wel schoffeert op een manier die alleen maar staaft wat Barnard beweert.
Kort gezegd komt Barnards argumentatie erop neer dat de Vlaams-nationalistische identiteit van vandaag heel wat minder culturele allure heeft dan die van een paar generaties geleden, en dat het separatistische discours teert op de democratische instellingen van een tweetalige staat, waarin en waarvan ze zelf leven, iets wat hij een vorm van landverraad noemt.
Daar zit, als je het rustig bekijkt, wel enige stof tot nadenken in voor separatisten. Maar het populistisch toontje, en het misprijzen dat De Wever aan de dag legt voor auteurs die in het openbaar een mening willen formuleren, toont perfect aan waar het schoentje wringt: die figuren uit de culturele wereld zijn toch maar papegaaien, laat de politiek maar aan ons, de 'professionelen' over, wij kennen onze dossiers en kunnen iedereen schofferen op grond van een detailkwestie. De Wever is sluw genoeg om niet op Barnards vaststelling van culturele bloedarmoede in het nationalistische discours in te gaan. Als een gehaaid politicus weet hij dat hij de lachers op zijn kant moet krijgen, dat een rondje intellectuelen pesten altijd werkt om gemakkelijk te scoren, en dat je je kunt permitteren niet op de grond van de argumentatie in te gaan.
Misschien moeten we de hele vraag anders voorleggen aan Bart De Wever, om hem kleur te laten bekennen. Kort en goed gezegd: wat hebben we er voor over, welke prijs willen we vandaag de dag nog betalen om in een meertalig land te wonen, in een historisch gegroeide en rijke mengcultuur op de grens tussen de Latijnse en de Germaanse wereld, in deze unieke positie die onze kunst, cultuur en intellectuele rijkdom sinds de veertiende eeuw tot iets unieks in Europa heeft gemaakt? De prijs die we daarvoor betalen is die van een 'lastige' palaver-democratie met onze culturele Franstalige compatriotten. En dat debat is niet altijd simpel, het werkt me ook geregeld op de zenuwen, en het is geregeld flink frustrerend. Maar het hoort bij de specifieke cultuur van een land dat nog inwoners heeft zoals de Habsburgse wereld die kende: als we het als een positief gegeven beleven, is het een uniek surplus om in een meertalige, open wereld te leven die wat dat betreft helemaal spoort met de toekomst van Europa.
Ik ben daarin niet zo naïef als dat misschien klinkt. Ik kom uit een Vlaamsgezind gezellig nest en ken de frustraties, de historische aberraties, de geleden vernederingen van weleer, de strijd om de eigen identiteit die elke cultuur terecht voert om onderwijs in de eigen taal, eigen instituties, een hoge graad aan autonome beslissingsmacht, enzovoort te verwerven. Al deze doelen zijn inmiddels gerealiseerd. Maar als inwoner van de Brusselse rand merk ik dat vandaag de dag het respect voor de tweetalige, tolerante Vlaming hand over hand toeneemt. Wij kunnen juist sterk zijn in dit land omdat we over een culturele meerwaarde beschikken. Waar die vermaledijde intellectuelen zich dus zorgen om maken, is de teloorgang van die cultuur ten koste van een politiek die alleen nog over eigen centjes, eigen profijt, eigen identiteit spreekt en daarmee haar gecultiveerde en meer tolerante burgers het gevoel geeft dat de Vlaamse identiteit wordt vervalst, versimpeld, geamputeerd; een politiek die egocentrisme goedpraat en culturele argumenten van tafel veegt ten koste van economische en egocentrische slogans.
Wat Barnard aanklaagt, is precies het wegvallen van de royale, 'volksverheffende' liefde voor een cultuur en haar specifieke waarde ten koste van een geborneerd en agressief identiteitsverhaal. Maar een 'grote' politiek is altijd internationaal, ook dat leert de geschiedenis. Ik vind het overigens moedig dat Barnard het oude begrip van de 'volksverheffing' van stal heeft gehaald; daar wringt precies het schoentje. Populisme schreeuwt altijd dat het alles voor 'de mensen' doet, terwijl tal van mensen vruchteloos proberen gehoord te worden om duidelijk te maken dat ze zich daar niet door aangesproken voelen. Maar de populist moet verder schreeuwen en doen alsof hij voor een rechtvaardige zaak strijdt; achter dat masker verbergt hij zijn gebrek aan intellectuele moed. Geen wonder dat de woede zo heftig was dat De Wever moest gaan schelden.
Nationalisten hebben nooit respect betoond voor het Andere als waarde op zich. Dat er dan ook nog 'anderen' zijn zoals Barnard die uit liefde voor de historische wortels van hun opgeëiste, zogezegd 'eigen' cultuur voor openheid pleiten, dat moet zulke mensen natuurlijk zo razend maken dat ze elk fatsoen laten varen. Een eerlijk debat is nooit hun bedoeling geweest; het doel heiligt de middelen. En ik maak me grote zorgen over het soort kortzichtig, belachelijk klein landje waarin mijn kinderen en kleinkinderen zullen moeten leven als zulke mensen erin slagen alle internationaal-culturele deuren dicht te gooien ten voordele van een navelstaarderig soort nep-cultuur die haaks staat op de internationale ontwikkelingen.
Het eenvoudige feit is dat heel wat burgers begaan zijn met deze door Barnard te berde gebrachte cultuur, burgers die van de eigenlijke, historisch gegroeide, veelzijdige cultuur van dit land houden en die geen zin hebben om mee te werken aan een karikatuur die door afkeer van elke andersheid tot stand moet komen. Een typisch verschijnsel van stervende, overbodig geworden bewegingen is dat ze hun toevlucht moeten zoeken tot extremisme om nog aan een legitimatie te raken. Hoe je het ook draait of keert: zo'n politiek stinkt, en ook die stank heeft iets historisch, nietwaar. Intellectuelen kunnen maar beter emigreren, blijkbaar. Te naïef voor het nieuwe Hobbitland.
Stefan Hertmans
(De auteur is schrijver.)
------
LINKS CONSERVATISME
Over het conservatisme bestaan vele misverstanden, waarvan het populairste luidt dat het niet deugt omdat een mens nu eenmaal met zijn tijd moet meegaan.
Conservatisme is me zeer vertrouwd. Het berust op een aangeboren afkeer van nutteloze en schadelijke veranderingen, en zelfs van verandering tout court; maar de wortels reiken dieper, tot in het weke substraat geheten heimwee. Wordt het irrationeel op die diepte? Ik zou eerder zeggen dat rationaliteit zonder een zekere nostalgie en enige twijfel aan de zegeningen van de toekomst tot onmenselijke systemen leidt. Ziehier een definitie van mijn conservatisme: het is een gefluisterde schreeuw dat alles moet blijven zoals het nooit geweest is.
Door mijn opvoeding en lectuur ben ik doordrongen van het besef dat Europa samen met de twintigste eeuw ten onder is gegaan. Ik meen dat het tijdperk van Edward VII ondanks vele nog te verbeteren tekortkomingen het beste is dat de mensheid heeft gekend - een klein gedeelte van de mensheid althans. In het parlement in Straatsburg zou ik boven het spreekgestoelte een banier met het jaartal 1914 willen hangen, en de tekst: 'Ach, dat verdwenen, als door de grafheuvels der gesneuvelden bedolven tijdvak!'
Ik ben hopeloos. In mijn Europa zou het gebruik van Google slechts worden toegestaan aan diegenen die voor een hardvochtig examen algemene ontwikkeling zijn geslaagd.
Conservatisme dus. De ganzenveer van Edmund Burke, de patriarch van de behoudsgezindheid, heeft het nooit neergekrast. In de Dictionary van zijn tijdgenoot Samuel Johnson wordt aan het adjectief conservative nog uitsluitend een natuurkundige betekenis toegekend: ' Having the power of opposing diminution (verzwakking) or injury', gevolgd door een voorbeeld uit de astronomie. De Conservative Party zou pas in 1830 worden gesticht - politieke partijen in de moderne zin van het woord bestonden nog niet - maar Edmund Burke werd beschouwd als een Pruik, een liberaal dus.
Edmund Burke (1729-1797) - Beurk, zoals Tom Naegels hem in een column noemde, maar ik geloof niet dat hij veel van hem gelezen had - was van Ierse afkomst en maakte carrière als volksvertegenwoordiger. In die hoedanigheid pleitte hij onder meer voor een humane behandeling van de Ieren en een verzoenende politiek ten aanzien van de Amerikaanse revolutionairen. Als politiek-maatschappelijk denker schreef hij allereerst A Vindication of Natural Society (1756), een parodie op de theorieën van Rousseau. Met die wijsgeer was geen vergelijk mogelijk: het concept van de natuurlijke goedheid riep louter weerzin op bij Burke, die geloofde in de traditie, in de ervaringen van het verleden, de 'van oudsher verzamelde rede', die de lateren een 'geërfde wijsheid' verschafte.
Hoe gevaarlijk utopisten wel niet waren, bewees de Franse Revolutie voor hem. Al in 1790, met een brandende journalistieke ijver dus, publiceerde hij Reflections on the Revolution in France, een verrukkelijk getuigenis van de afschuw waarmee de Gallische heethoofdigheid hem vervulde. Iedere op een heilsleer gebaseerde vorm van bestuur, iedere drang tot politiek perfectionisme leidde onvermijdelijk tot een totalitaire staat, die het individu op het altaar van de volmaaktheid offerde. Wij weten dat nu wel, maar dat is nu, in de jaren van onze nabeschaving: wij hebben die kennis geërfd. ' By hating vices too much, they come to love men too little': zo definieerde Burke de fanatici van de zuiverheid ruim tweehonderd jaar geleden al. De mens, het abstracte zoön politikon van de utopisten, was voor hem als een opgezette vogel, van zijn ingewanden ontdaan en opgehangen in een museum, gevuld met ouwe lappen en waardeloze stukjes papier over de rechten van de mens. Geen wonder dat hij er op een portret uit de studio van Joshua Reynolds zo bekommerd uitziet, met dat wat pafferige gezicht en die ongemeen heldere oogopslag, die men zo tevergeefs zoekt in de bazen Gansendonck die ons besturen.
O dat verrukkelijke proza van Burke, vibrerend als een kling, geschreven als met het staal van een floret! Aldus omschrijft hij, chargerend tegen de Fransen, het nationale karakter van de Engelsen: 'Wij hebben onszelf tot nog toe niet verfijnd tot wilden. Wij zijn geen bekeerlingen van Rousseau; wij zijn geen discipelen van Voltaire (...) Onze wetgevers (zijn) geen krankzinnigen. Wij weten dat we in de moraal geen ontdekkingen hebben gedaan en menen dat daar ook geen ontdekkingen gedaan kunnen worden (...), noch in de ideeën over vrijheid, die bekend waren lang voor onze geboorte, zogoed als ze dat zullen zijn nadat het graf van onze arrogantie met aarde is bedekt en de stille tombe haar wil heeft opgelegd aan onze elegante spraakzaamheid.'
De belangrijkste verlichte Engelsman van vandaag heet Roger Scruton, in de klei van wiens karakter een dwarsgestreept patroon zit ingebakken, dat voor mij akelig herkenbaar is. Hartstochtelijk verdedigt hij de vossenjacht. Hij heeft zeer foute vrienden in Vlaanderen, die hij geheel terecht niet laat vallen. Cultuur kan in zijn ogen niet zonder traditie, gemeenschapszin en religieuze ervaring, waarbij religie voor Scruton geen stelsel van cognitieve waarheden is, maar een praxis die de wiskunde van alles viert. Iets van Matthias Storme heeft hij wel - zie zijn An Intelligent Person's Guide to Modern Culture uit 1998. Een eenvoudig syllogisme leert mij dat ik dus ook wel iets van Matthias Storme heb.
Evengoed ben ik niet rechts. Ik verwijt Blair en Verhofstadt dat zij vakanties in Thailand als een natuurrecht van de arbeider propageren, terwijl ze de schoolgaande kinderen van vluchtelingen naar landen met krankzinnige regimes terugsturen. Nimmer hoor je ze over het belang van de traditie.
Kortom, ik beschouw mezelf als een linkse conservatief - een wezen uit de categorie der fabeldieren, griffioenen, tweebenige paradoxen.
door Benno Barnard
Knack - 13-09-2006